Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bonden was. In deze blokhuizen lag bezetting, doch toen de Bourgondiƫrs, Hasselt hadden ingenomen en hunne strooperijen tot in de nabijheid van Deventer uitstrekten, was ook eenige ruiterij tot hier genaderd. Een spion door de bezetting der blokhuizen uitgezonden kwam op zekeren dag in het jaar 1528 in vollen ren terug met de tijding dat de vijand naderde. I)e bezetting werd door zijn bericht zoo verschrikt dat zij in allerijl de verschansingen verliet. Dit was door de poorters van Deventer niet onopgemerkt gebleven en deze maakten hiervan gebruik om de twee schansen te sloopen, waarbij zij zoo vlug te werk gingen dat er binnen enkele uren geen spoor meer van te zien was. al het materiaal werd binnen Deventer gebracht en gebruikt tot den bouw eener nieuwe waag, waarvan het stichtingsjaar op een daarin aangebrachten steen te lezen staat.

Aan de beide zijden van het gebouw bevinden zich enkele zinnebeeldige voorstellingen die op den oorsprong er van betrekking hebben. Op enkele ledige consoles die zich daar bevinden, stonden vroeger beeldjes die tot bespotting van den Hertog van Gelre en de Gelderscheti hebben gediend, maar deze werden in 1532 voor een gedeelte weggenomen.

De stad ging van de heerschappij van den Hertog van Gelre op die van Keizer Karei V over, doch eerstgenoemde wraak willende nemen op de bespotting waaraan hij door de Deventerschen was blootgesteld, wist in liet verdrag de bepaling te doen opnemen, dat Deventer geen brug over den IJssel mocht slaan, welke bepaling geruimen tijd werd gehandhaafd.

Het tijdvak der beroeringen brak thans aan, de invloed van den grooten Hervormer deed zich ook hier gevoelen, met al zijne grootsche daden en onverkwikkelijke baldadigheden. Even als Gorcum zijne Roomsche martelaren heett gehad, telt ook Deventer zijne om der wille van de nieuwe leer gefolterde burgers. Als zoodanig vinden wij aangeteekend dat de YV ederdoopers ook te Deventer eenen aanhang hadden verkregen. In 1534 en 1535 werd er enstig onderzoek gedaan naar de aanhangers dezer sekte hier ter stede, tengevolge waarvan een viertal hunner in het laatstgenoemde jaar ter dood werd gebracht door met den zwaarde te worden gerecht, hetgeen op den Brink plaats had.

Uit oude stadsrekeningen blijkt dat zij daarna werden verbrand.

Het was echter niet mogelijk een dam op te werpen tegen den zich meer en meer uitbreidenden stroom der Hervorming en al spoedig werd de magistraat genoodzaakt het prediken

Sluiten