Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Franschen namen geen einde en bovendien hadden de inwoners veel te lijden van andere ge weldadigheden.

Behalve de vele huizen in de nabijheid van de stad, hadden de Franschen onze schoone wandelplaats de Worp geheel vernield door de fraaie oude boomen om te hakken en alles plat te treden wat er te vinden was. Om de stad geleek het wel een woestenij daar lusthoven en tuinen, boomgaarden en bloementuinen niet meer te herkennen waren. Met moeite kon ieder terugvinden wat hem toebehoorde.

Den 28 April 1814 sloeg het uur der verlossing daar alstoen een verdrag tot overgave gesloten werd; de Fransche bezetting vertrok echter eerst den 26sten Mei en werd onmiddelijk door Nederlandsch garnizoen vervangen. Van de bezetting die aanvankelijk 1600 man en door aanvulling tot 2400 man versterkt was trokken slechts 1200 man over de IJsselbrug en werd het Hollandsche garnizoen onder vreugdegejuich binnengehaald.

Met liet vertrek van de Franschen uit Deventer kon de geheele provincie Overijssel zich verheugen in de volkomene bevrijding der Fransche overheersching. Nadien brak er een tijd van rust aan, die wel is waar door de Belgische onlusten eenige stoornis ondervond, doch waardoor geene belemmering in den bloei der stad werd veroorzaakt. De handel nam toe en nadat het besluit genomen was om de wallen van Deventer te slechten en daaraan gevolg was gegeven heeft de stad zich uitgebreid en breidt zij zich nog steeds uit. Daar waar vroeger het kanon zich liet hooren, hoort men thans het ruischen der boomen en het liefelijk gekweel der vogels, want de eertijds zoo sterke wallen zijn voor een deel in schoone wandeldreven herschapen. Met de slechting der wallen nam de uitbreiding der stad eenen aanvang en dat deze steeds grootere afmetingen aanneemt, hiervan kunnen de bezoekers van Deventer zich nog dagelijks overtuigen.

Wij hebben getracht een eenigszins aaneengeschakeld historisch overzicht te geven; dat daarin vele leemten worden aangetroffen vindt zijnen grond in de weinige ruimte die wij daarvoor bij de bewerking mochten innemen.

Hadden wij over meerdere ruimte mogen beschikken het zou niet ontbroken hebben aan eene beschrijving van personen die zich hier verdienstelijk hebben gemaakt, zooals Aegidius de Monte (1570); Jaoolsus Revius (1586); de handelsoperatiƫn in vroegere jaren op het Noorden: de West-Indische Maatschappij en zoovele andere belangrijke zaken de aandacht, ten volle waardig.

Sluiten