Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Israëliten door de Roode zee kondt zien trekken; zoowel de zee als de Israëliten zijn verdwenen, doch de overlevering is bewaard gebleven en volgens deze leefde in vroegere eeuwen (we laten in 't midden of dit in de 13e, 14e of 15e eeuw heeft plaats gehad, waarin telkens van hongersnood gewag gemaakt wordt) in deze woning een vrek, die zijn geld gebruikte om al liet koren op te koopen dat hij in de stad of in den omtrek er van kon machtig worden. Zijne zolders waren daarmede weldra gevuld en toen kort daarna schaarste en gebrek begon te heerschen en de honger zich steeds nijpender deed gevoelen, was de vrek wel in staat doch niet van zins den nooddruftigen medemenscli te voeden. Ongestraft zou deze vrekachtige daad niet blijven en o, wonder! als wrekers der hongerlijdende bewoners traden thans de groote vijanden van eiken korenhandelaar „de ratten" op, die zich niet ontzagen in de korenhoopen rond te wentelen, zich naar een in de haven liggend schip te spoeden om aldaar der korenlast die zij in de haren van hunnen huid medevoerden neer te storten en steeds voortgaande den geheelen zolder ledig te maken zoodat het schip tot zinkens toe geladen wegvoer, terwijl de vrek arm geworden van honger stierf. De overblijfselen die aan deze geschiedenis of overlevering herinneren bestaan in drie dakpannen, waarvan er twee ratten voorstellen, terwijl de derde een meelzak verbeeldt. Zij zijn nog steeds in het bezit van den heer Van Gerrevink en het lijdt geen twijfel, dat deze heer bereid zal zijn, den belangstellenden bezoeker van Deventer ze ter bezichtiging aan te bieden.

Voor we den Brink verlaten willen we nog een kijkje nemen op den zijmuur van het huis hoek Groote Overstraat en Brink. We zien aldaar een groote ronde kogel halverwege in den muur. Dat dit projectiel van een der vele belegeringen afkomstig is waaraan de stad is blootgesteld geweest lijdt geen twijfel; ook niet dat hij van zeer ouden datum is, want de steenen kogels beliooren tot het eerste tijdperk waarin van kanonnen gebruik werd gemaakt.

Nog een blik geworpen op het oude huis met zijn eerwaardigen gevel tegenover de Eijkmanstraat, prijkende met het opschrift: „Dit huis is Godt bequam; In de drie vergulde lierinck is sin naem" 1571. Het is een overblijfsel van de vroegere zoo wijd vermaarde pakhuizen, waarvan de inscriptie wijst op de vroegere bestemming als haringpakhuis.

Volgens mededeelingen moet er ten dienste der bewoners een bijzonder groote waterput aanwezig zijn, vroeger gediend hebbende tot bewaring van zout.

Sluiten