Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de door liem te Deventer gestichte houten kerk door de vlammen verwoest, zijn leven en dat zijner gemeenteleden dikwijs ernstig bedreigd, Lebuïnus zette zijn werk steeds voort. Hij wordt beschreven als een man van vromen levenswandel die door zijne minzaamheid, zijn ijver en vele andere deugden allengskens achting en vriendschap afdwong en toen er rustiger tijden aanbraken, de laatste jaren zijns levens aan werken des vredes kon wijden, bemind door een ieder in het oord waar hij zooveel zegen had aangebracht.

Dat er van het door Lebuïnus gestichtte kerkje niets meer over is moet ons niet verwonderen, daar het van hout was opgetrokken. Wel meldt de geschiedenis dat het in 780 na door de Saksers verbrand te zijn opnieuw is herbouwd, maar het kerkje dat thans bestaat, hoewel sporen van hoogen ouderdom dragende, dagteekent niet van dien tijd. De niet zeer groote Romaansche toren kan uit de 10e of 11e eeuw afkomstig zijn; door steunbeeren van aanzienlijke afmetingen wordt hij geschraagd om hem voor instorten te behoeden. Vriendelijk en kalm ligt het bedehuis aan den voet van den zwaren IJsseldijk te midden der nederige huizen van het dorpje, dat door Deventer's ingezetenen dikwijls tot het doel eener wandeling wordt gekozen en vooral in den tijd dat de statige beukenboomen in de laan van Lathmer hun' rijken voorraad op het aardrijk uitstorten ziet men er tallooze scharen kinderen zich de gelegenheid ten nutte maken, om een schat van beuken op te doen die hen dienen als inzet en prijs bij hunne winteravondspelen.

Wij zouden te ver gaan door nog in bijzonderheden te treden omtrent de heerlijkheid Wilp, oudtijds een leen uitmakende van de proostdij te Deventer.

Niet omdat deze onze aandacht niet verdienen maar omdat er nog veel merkwaardigs op onze wandeling te zien is eene beschrijving evenzeer, zoo niet meer waardig.

Al scheiden wij van Wilp om onzen tocht voort te zetten, wanneer wij op onze schreden teruggekeerd zijn kunnen wij nog een afscheidsgroet toewerpen aan dit eenvoudige doch liefelijke dorpje aan den zoom van den IJssel.

Om onze wandeling voort te zetten kiezen we den breeden straatweg, aan beide zijden beplant met iorsche eiken, \an waar we in de eerste plaats een prachtig gezicht hebben op het fraaie huis de Lathmer met zijn torentje, waartoe breede oprijlanen toegang geven.

Andere lanen voeren ons naar de bosschen tot deze buitenplaats belioorende, waartussclien de weiden en akkers hielen daar verscholen liggen, alsof de eerste dienen om de

Sluiten