Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een kronkelende trap, waarvan de steenen treden zijn uitgesleten, voert ons naar twee smalle liooge vertrekken naast elkander op de eerste verdieping; in de noordelijkste vindt men eene stookplaats en twee deuren, die toegang geven naar twee zeer kleine vertrekken liet eene in den dikken muur, het andere een weinig naar buiten uitgebouwd. Uw geleider zal er uwe aandacht op vestigen, dat dit de kamer is, waar Reinoud zooveel jaren heeft gevangen gezeten en ü vertellen dat hij in zijne gevangenschap zoo zwaarlijvig is geworden, dat het noodig was de deur zijner kamer uit te breken, waartoe hij als bewijs de wijde gemetselde boog aantoont, waarin nog tegenwoordig de deur is. Doet ge de vraag hoe het mogelijk was, dat de hertog bij zijne zwaarlijvigheid gebruik kon maken van het privaat, dat in hetzelfde vertrek in den muur is aangebracht en waarvan de toegang nog veel smaller is dan de deur van het vertrek zelve, dan blijft hij U het antwoord schuldig.

Evenzeer is dit het geval wanneer ge hem wijst op den smallen, kronkelenden trap, die dan onmogelijk door Reinoud konde zijn afgegaan.

Na de bezichtiging van de benedenverdieping aanvaarden wij verder den tocht naar boven en komen op de tweede, waar zich een vertrek bevindt, dat de gelieele ruimte van den toren inneemt. Hierin treffen we een versierd houten monument aan, ter nagedachtenis aan Andries baron Scliimmelpenninck van der Oye, overleden den 10 November 1776 en versierd met het wapen van het geslacht, vergezeld van 16 kwartieren, waaronder een helm met pluim, zwart met verguld, handschoenen en sporen van hout gesneden. Aan weerszijden daarvan een doodshoofd rustende op gekruiste doodsbeenderen, waarboven twee zwarte vlaggen met gouden franje, aan stokken vastgehecht.

Wij bestijgen nog eens de kronkelende trap en komen op den reeds beschreven omgang, van waar men een verrukkelijk uitzicht heeft op de omgeving en die tevens de torens van Deventer en Zutphen te zien geven. Hier geplaatst kan men zich een denkbeeld vormen van. de sterkte van dit bolwerk en de macht welke daarvan uitging, als belieerscliende den IJssel en het geheel omliggende terrein.

Wel kunnen we van langs de kronkelingen van den IJssel naar ons uitgangspunt terugkeeren, om nog van tijd tot tijd een blik te kunnen werpen op dit oude gedenkteeken van voorvaderlijke grootheid en roem, maar deze weg biedt te weinig afwisseling aan en bovendien willen we liever in de lanen en laantjes van „de Poll" de schaduw opzoeken, waartoe

Sluiten