Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij zich nog eens tot haar: „Wie geht's?" vroeg hij.

„Danke, sehr wohl!" 't Was het eerste Duitsch hetwelk over hare lippen kwam.

Zij zeide wel is waar van heel best, maar hij had hethaar op een toon gevraagd, alsof hij wel zag, dat zij onwel was. Doch zij zette zich daarover spoedig heen.

Hij liet gelukkig haar nu een tijd lang met rust en hare gedachten zweefden tusschen verleden en toekomst. Als een zonnestraal tusschen de wolken speelde eene heerlijke verwachting door hare weemoedige stemming.

Dit moet te lezen zijn geweest op haar gelaat. Althans de oude man fluisterde haar toe: „Gij schijnt nog al moed te hebben," doch hij liet daarop een langgerekt „aber" volgen, 't welk Lilia zelf mocht aanvullen.

Maar ja! .. als 't eens niet goed ging, zoo dacht zij, hoe dan ? Even later, toen zij hem op de vraag, waarheen zij reisde, ten antwoord gaf: „Naar 't bergland om gezond te worden" zeide hij op een allernaarsten toon: „Denken sie?" Een onaangename oude heer! Wat wil die man van mij. Mocht hij toch uitstappen, zoo dacht zij. Maar dat deed hij niet. Hij zat waar hij zat en liet zich voor en na eens gelden.

Lilia kon het niet langer in zijne nabijheid uithouden. Om van hem ontslagen te worden, drong zij onder een of ander voorwendsel bij haar oom er op aan, toen de trein even stil stond, in een andere coupé plaats te nemen. Maar 't hielp niet. De vreemdeling volgde haar en in plaats van naast haar, ging hij nu recht tegenover haar zitten. Zij moest hem nu in de donkere oogen zien.

Indien hi] echter gehoopt had haar met zijn sarcasme te vernietigen, kreeg hij geen gewonnen spel. Zijne onbe-

Sluiten