Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Buitengewoon opgewekt was de eerste bijeenkomst, door de vertegenwoordigers der verschillende hotels, in de villa Germania van het Curhaus gehouden. Delitsch sloeg dadelijk den juisten toon aan. Met een bloemrijke speech opende hij de vergadering en daarmede de werkzaamheden.

„In den naam der Gratiën," zoo ongeveer sprak hij, „begroet ik u, mijne lieve Dames en Heeren! Wij stellen ons eene taak voor, die de wereld beneden ons voor ongeloofelijk houden zou: bloemen te planten in de sneeuw bij een vorst van 20° R. Dat kan niet, zegt de bewoner van het lage en vlakke land, maar hier klinkt een: het zal! De tuin, waarin wij ze zullen planten, zal zijn onze Fancy-Fair. Zoo koud zal 't niet kunnen zijn of er zal eene flora bloeien, als hier nog nimmer is aanschouwd, uwe toewijding, uwe opgeruimdheid, uwe lust zullen de kou wel buiten houden. Evenals de weelde van Salomo de koningin van Scheba lokte naar Jeruzalem zoo zal onze flora uit het heilige land van den Christus liefdezusters nooden naar het hoogdal van het lijden."

Ternauwernood had hij 't laatste woord gesproken of — 't was zoo overlegd — een champagnekurk knalde en verhoogde de feestelijke stemming.

„Deze vergadering, Dames en Heeren!" — zoo vervolgde de Voorzitter — „hoe geruchtmakend ook begonnen, is eene met gesloten deuren en alvorens de beraadslagingen te beginnen hebt gij in mijne handen de belofte van geheimhouding onzer besprekingen en besluiten af te leggen."

Wij, die deze en volgende bijeenkomsten beluisterd hebben* zullen dien eed ook voor ons als bindend

Sluiten