Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hotel Strela waren die dagen dubbel somber geweest. De algemeen bevriende Fraulein Martha had geheel onverwacht — een tijd lang scheen zij te beteren — eene hevige longaandoening gekregen en de dokter vreesde den dood. Op zijn raad had de heer Böhmer per telegram de overkomst der familie verzocht.

Lilia was onafscheidelijk van het ziekbed, hetwelk naar hare ruime voorkamer was overgebracht. Hoe geheel anders was 't daar toen dan in de drukke dagen vóór Kerstmis. Het was er zoo stil. Men hoorde slechts zoo nu en dan een kuch en fluisterend spreken tusschen Lilia en Böhmer, die haar trouw ter zijde stond. De zieke was zeer kalm, zoo nu en dan greep zij de hand van Lilia en zag zij hare vriendin met hare groote, heldere, schitterende oogen zoo vragend aan. „Zouden zij nog tijdig komen en zou hij er bij zijn?" dat was de onuitgesproken vraag. Lilia begreep het en wekte altijd hoop en moed bij haar. Eerst was het: overmorgen, toen morgen en daarna heden, kunnen zij er zijn. De dokter liet behalve Champagne den oudsten Veltliner voor de zieke ontkurken. Lilia en Böhmer wisten wat dat beteekende. Die wijn had onder de gasten, niet zonder reden, den naam gekregen van Todten wein.

„Vrees niet," zei op eens de zieke zacht. „Ik zal ze zien," en toen had zij zich te slapen gelegd. Zij wilde kracht bewaren, de eenige, die nog over was. Hoe hielp zij den dokter in en door haar vast geloof!

's Avonds zeven uur knalde de koetsier van Strela viermaal met zijn zweep. Martha richtte zich op. Hare oogen glinsterden van geluk. Lilia had moeite zich goed

Sluiten