Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrouwen, die gaarne gezien worden door mannen, zijn nog niet de slechtste soort van menschen.

Tengerteer is 't meisje, dat naast hem zit. Een vreemd type, zeer donker; — zuidelijk donker. Met groote, treurige oogen, een wipneusje, een kleinen mond, met dunne lippen. Een ovaal gezichtje, met een voor een vrouw te hoog, te denkend voorhoofd. Zij verbergt het echter wijselijk onder een dikke rij donker krulhaar; dicht geplant haar is 't, rijk bruin van kleur, met goudreflexen.

Ze is heel mooi, met een vreemd, soms wat „uncanny" mooi.

Hij zegt haar altijd dat ze een van die menschen is, die in oude tijden als heksen zouden zijn verbrand.

Zij houdt een slappe, witte Chrysanteem in de hand, die hij wil dat ze weg zal gooien, omdat het een „verlept ding is" en „ze er de attentie mee trekt". — Maar ze kan geen bloem, die ze eens geplukt heeft — weggooien en 't kan haar zoo weinig schelen of ze de attentie trekt of niet. Dat doet ze toch; die eene stervende bloem min of meer zal er niet toe of afdoen.

Ze trekt toch altijd de attentie, waar ze ook gaat. Al is ze nog zoo . eenvoudig, nog zoo „gewoon" gekleed. Al van klein kind af, wat ze ook aanhad, wat ze ook deed, de menschen hebben haar altijd aangestaard, als was ze een verschijning uit een andere wereld. Om haar vreemd uiterlijk zeker — en omdat het publiek in 't algemeen zoo leeg schijnt te zijn van gedachten. Als kind vond ze het vervelend, als heel jong meisje — een poosje lang — wel aardig, later weer vervelend. En nu is ze er aan gewend en kijkt ze maar langs de hoofden heen. Dan merkt ze 't niet.

Sluiten