Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een drietal wijven sjokken steen op steen Ter plaatse heen waar de arme tobster zit En zetten daar zich neer. Met hoongelach Bekijken zij den hoop gebikte klinkers, En trekken log de vette schouders op Met spottende grimassen. Zwijgend zit Die eene daar en werkt gelaten voort. ...

Wanneer men langs den hoogen stapel gaat Van steenen, die de bikstershoek verbergt, Dan hoort men rouwe vrouwengieren schril Uitsnerpen boven het gemeen gepraat, En knarsen van vier ijzers op het steen.

Sluiten