Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de kerk, om te wachten tot de weinige bezoekers waren weggegaan en dan zijne biecht te doen.

Het noodlot besliste anders.

Tegelijkertijd dat hij, achter in de kerk, de laatste biechtelinge zag weggaan, hoorde hij ook reeds de deur der sacristie dichtvallen; de pastoor was weg. Zou hij

nog terugkomen?

Hij hoopte en toch vreesde hij het, en toen later de koster binnenkwam, eens rondkeek, de lichten doofde en daarna de deur sloot, voelde hij zich lichter, want het vooruitzicht van de biecht had als eene nachtmen ie

op hem gelegen.

Nu verhaalde Hanspeerke mij iets, dat hij zich nooit

had kunnen verklaren.

Zijne gedachten waren weg, hij was opeens als gek geworden. Biecht of geene biecht, hij wilde geld hebben, hoé dan ook — door het later terug te geven benadeelde hij niemand, en — de rest was hem onverschillig. Trüdje zou de zijne worden. Daar in die bussen lag het offergeld, dat met de paaschdagen sterk vermeerderd was en zijn geluk hing af van het bezit van die som.

Was de indruk van den eersten nacht in de kerk zoo zwak geweest? Neen, dat niet, de voortdurende gedachte aan de daad had er hem te vertrouwd mee gemaakt, hij had geleerd slecht te zijn, en bovendien hield de macht der wanhoop hem gevangen.

Hoe dit zij, hij ging door de communicatiedeur de sacristie binnen, nam de zware pook die er bij den kachel lag, plaatste die in den kram der eerste bus, en met een ruk vloog deze er ditmaal uit met hangslot en al. De klep was dus vrij en kon hij het deksel lichten.

Sluiten