Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der artillerie, vermindering der cavalerie, uitbreiding der genietroepen, versterking der Utrechtsche en Amsterdamsche liniën, aanschaffing van zwaar kustgeschut. Maar dat alles, wat in weinige jaren moest afloopen, zou het practische waarde hebben, gaat zoo langzaam, dat Nederland jaren lang veroverd kan zijn, vóór dat alles gereed is. Weder zou men gaan denken, dat de gedachten der Regeering elders zijn gericht, dat zij vast bouwt op vreemde hulp, in plaats van daarop: dat we onze kracht in ons zeiven moeten zoeken. Men wordt haast gedwongen te denken dat, evenals van 1830 tot 1839, aan iets anders wordt gedacht, dat men meer naar Parijs dan naar den IJsel ziet. Hoe is het toch anders mogelijk dat verstandige menschen het gevaar niet inzien, dat we loopen, den weg volgende dien we nu opgaan."

Dit toch liet aan duidelijkheid niets te wenschen over. In de Kamer verhieven Stieltjes en de Roo van Alderwerelt voortdurend hunne waarschuwende stem, laatstgenoemde evenzeer nog kort voor den oorlog van '70 de boutade in herinnering brengende, zelfs thans nog altijd van kracht: „Er zijn menschen, die handelen alsof zij nog honderd jaren levens hebben; alsof in die honderd jaren een diepe, onafgebroken vrede Neerland al den tijd zal laten om, rustig en bedaard, alles te bepeinzen wat men tot het voeren van een oorlog noodig heeft. Bedenk, in 's hemels naam, dat die oorlog morgen kan uitbreken, en dat wanneer d i t jaar ons vaderland overheerd wordt, wij bitter weinig nut hebben van de verdedigingsmiddelen, die eerst over tien jaren gereed zullen zijn."

Onder de pseudoniemen L'homme gris en L'homme

Sluiten