Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In menig opzicht was het, om 't eens minder parlementair uit te drukken: een janboel.

Ook met de bevoegdheid was het treurig gesteld; een onvermijdelijk gevolg van veeljarigen vredestoestand en de verderfelijke bedilzucht „aan Hoogerhand". Niemand zoude zich hebben vermeten, op eigen gezag iets te ondernemen; voor alles moest eerst „permissie" worden gevraagd, en zoo was het een aanhoudend verzoeken van orders,. inlichtingen en approbatie, zoodat alleen hierdoor telegraaf en posterijen in beslag genomen werden en in de bureelen van Oorlog, evenals bij de Landmarine in het Maritiem Departement, den huiszittenden krijgsoversten het hoofd omliep.

Men oogstte, wat men gezaaid had.

Bij het in staat van verdediging brengen van de vesting Willemstad moest machtiging aan het Ministerie worden gevraagd voor het aanmaken van een hakblok.

Van bevoegdheid gesproken: het was in de donkere dagen, toen de Luxemburgsche quaestie als een ware donderwolk onzen staatkundigen hemel verduisterde en laag over ons hoofd heenstreek; het was nog niet mogen gelukken de banden, die het Koninkrijk aan het Groothertogdom ten onrechte vastknoopten, voor goed los te maken. En hetzelfde wat in het ontwerp-tractaat-Benedetti gestipuleerd werd, leverde in dien tijd voor ons

Nederland een groot gevaar op.

Dat Pruisen een oog in 't zeil hield en zelfs eenige militaire maatregelen genomen had, hiervan was in de grensstreek iets uitgelekt. De mogelijkheid bestond toen voorzeker, dat Z. M. de Koning van Pruisen - zooals dat in diplomatieke stukken heet — „door de omstan-

Sluiten