Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij er aan, bij haar ongewonen, oudduitschen doopnaam, of de afkorting daarvan genoemd te worden. Zij stamde uit een oud-pruisisch adellijk geslacht. Ras en opvoeding hadden blijkbaar samengewerkt om haar die zekerheid in doen en laten te bezorgen, die aan zelfbeheersching de macht ontleent om aangeboren wilskracht voor allerlei verhoudingen pasklaar te maken. Zij had niet slechts liefhebberij, maar ook talent om te regeeren, en dat kon men haar aanzien.

Met of zonder voorbedachten rade beperkte zij haar bestuurslust hier geheel tot het gebied der vermakelijkheden.

In hygienische beraadslagingen mengde zij zich niet anders dan van ter zijde. Zij deed den humor der gegeven omstandigheden uitkomen en maakte die aldus zelfs voor de neerslachtigsten aangenamer.

Voor vegetarisme voelde zij heel weinig; maar zij wou in eene omgeving als deze geen spelbreekster zijn, genoot wat de pot schafte en stelde zich bij uitstapjes schadeloos door broodjes met vleesch te eten en echte koffie in plaats van Kneipp'sche te drinken. Daar de meerderheid met barvoetsloopen dweepte, had zij er niet tegen, bij mooi weer ook mee te doen. Zij vereenigde de barrevoetgangers tot gezellige partijen en maakte zoo een feest uit wat voor velen een vervelende hygienische taak begon te worden. Voor meisjes die tot gymnastische toeren verplicht waren, organiseerde zij 's ochtends in morgenkleeding een geanimeerde gymnastiekkrans, waarin ze, al springend en rekkend, jubelden van plezier. Voorts was zij sterk in alle mogelijke spelen, van croquet — buiten en bij mooi weer — af, tot

Sluiten