Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaak mevrouw Von X. deze opvatting ontmoette, weersprak zij die heel duidelijk. Zij zou Yrma niet op straat zetten: maar zelve stil van aard, wou zij geen gevaar loopen van door eene zoo levendige natuur onderdrukt te worden. Bij extra gelegenheden, zooals met de pas afgedane verhuizing, had zij Yrma's flinke hulp op prijs gesteld en haar, daarom thans mee naar buiten genomen; doch het was voor beiden een onuitgesproken waarheid, dat dit nu het laatste seizoen moest zijn.

II.

Zoo stonden de zaken toen, op een mooien namiddag, een vijftigtal feestvierende schoolkinderen onder de schaduw onzer linden kwam uitrusten.

„Wer hat Dich, Du schoner Wald,

Aufgebaut so hoch da droben?"

hadden wij hen reeds van verre hooren zingen$ en nu streken ze als een vlucht jolige spreeuwen aan de tafeltjes neer, eer de geleiders tijd hadden in die invasie zekere regelmaat te brengen.

Al de badgasten kwamen — de een wat sneller, de ander wat langzamer — toeloopen.

Men vroeg naar de woonplaats van de kleine wandelaars en het doel van den tocht; eerst zocht men de aardigsten uit voor een praatje, en gaandeweg kwamen allen aan de beurt.

'• 10

Sluiten