Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij was naast haar met de armen op het kozijn gaan leunen en had, terwijl hij onmerkbaar hare hand met de zijne beroerde met fluisterende, vleiende stem gezegd:

„Wat scheelt er aan, Fraulein Emma? Waarom is u zoo treurig? Pas toch op uw gezondheid, de nachtlucht is schadelijk" — en onderwijl hadden zich zijne vingers zachtjes in de hare gevlochten.

Gebeefd had ze toen en een zenuwachtig trillen was haar door de leden gevaren; eenvoudig echter had ze het venster verlaten en was, nadat zij: „dank u, goeden nacht en tot weerziens" had gezegd, naar hare kamer gegaan. Toen zij zich echter dien avond ter ruste legde gevoelde zij zich onuitsprekelijk gelukkig en nieuw leven scheen haar door de aderen te stroomen. Iemand dacht nu aan haar, iemand bekommerde zich nu om haar doen en laten, iemand had het kille hulsel om haar hart weggereten, iemand ten laatste, eindelijk!

Langzaam met mathematische zekerheid bereidde de student met de zwarte stekende oogen zijn slachtoffer voor. Geen list werd gespaard die dienen kon om haar in zijn armen te brengen, en iederen keer dat hij een stap vorderde in de verovering van haar argeloos wezen, liet hij met voorbedachten rade eene korte pauze verloopen. Zoodoende had iedere nieuwe indruk voldoenden tijd om eene nieuwe evolutie in haar hart te verwekken. Er was geen twijfel aan, zijne studies waren diep en weldoordacht; ook was hij er niet weinig trotsch op. Van den dag af, dat hij, zich onopgemerkt wanend,

Sluiten