Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geleid, de hoofdlijnen uitgezet, den troep ingedeeld en aan t werk gesteld, en als er dan heusch voor 't oogenblik niemendal meer te doen was — dan weer eens naar de papieren kinderen omgezien.

Mijne onderhoorigen waren handige jongens, van vele markten thuis; vooral mijn oppasser onderscheidde zich door schranderheid en initiatief.

„Klopper!"

„Pre—sent!" klonk het, alsof er appel gehouden werd.

„Klopper, 't is hier heel ongezellig!"

„U zegt het wel, kap'tein."

„Zie jij kans om 'n schrijftafel te maken ?"

„n Schrijftafel, kap'tein?" En hij keek me aan als begon hij te twijfelen aan een gewenschten toestand van mijne verstandelijke vermogens.

Men moet weten, dat er geen ander meubilair was meegevoerd dan 'n vouwstoeltje, bij eene tent behoorende, welke laatste echter niet kon worden meegenomen; want „bivouakkeeren" zou men kunnen noemen : „als 'n hond op den grond liggen." Dit voor iemand die er geen verstand van heeft.

Mijne strikvraag moest den man dus verbazen.

„Ja; 't behoeft niet van mahoniehout!" lichtte ik toe.

Nu beseffende dat ik matig in mijne eischen was, keek hij even onderzoekend over de hei of er soms een schrijnwerkerswinkel in de buurt was, en toen zei mijn factotum:

„De kap'tein bedoelt zeker van grond en zoden ?"

„Ja, waarvan dacht je anders?"

En in minder dan 'n oogenblik had de ervaren zodenwerker een doeltreffend ingerichte verhevenheid opge-

Sluiten