Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

burg door de belangrijke mijnwerken de aandacht getrokken had, die van Bergen-op-Zoom in 1747 vermaard geworden. Het laat zich hooren dat in lage gronden, allerminst in onze Waterlinie, van mijn-arbeid kan sprake zijn, zoodat ons geconcentreerd verdedigingsstelsel de mogelijkheid van een mijnen-oorlog geheel uitsluit. Maar voor Sebastopol heeft het onderaardsche gevecht omstreeks 10 maanden geduurd; de aanvallers hebben 1250 meter mijnput, galerij of mijngang vervaardigd — soms in zóó steenharden grond, dat men in een etmaal slechts 0.8 meter vorderde; zij hebben niet minder dan 116 mijnovens en 20 steenfougassen laten springen, waarbij 65000 kilo kruit werden gebruikt; door dien eigenaardigen strijd werden 176 mineurs en 67 handlangers buiten gevecht gesteld. Dit was dus nog eens een mijnen-oorlog met eere!

Toch hebben die mijnwerken weinig invloed uitgeoefend op den loop der verdediging en we gelooven dan ook, dat deze ouderwetsche wijze van vestingoorlogvoeren wel niet meer in de mode zal komen.

De naam „mineurs" heeft om die reden bij ons uitgediend.

Wij noemden zoo even de „steenfougassen." Men heeft namelijk kleinere mijnen, zoogenaamde fladdermijnen en fougassen, wier doel meer bepaald is om den vijand onaangenaam te zijn of verliezen te berokkenen. Wanneer hij argeloos nadert, moet het hem niet weinig verontrusten, wanneer onverhoeds de grond als een krater zich opent en het ontsnappend buskruitgas een zeker aantal soldaten in de lucht slingert; de verliezen, hierdoor geleden, mogen niet zoo groot zijn, te meer is dit de

!

Sluiten