Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenigermate gevaarlijk moest worden geacht; met een vaatje buskruit ging hij om alsof 't een peperbus was.

En sommige oude mineurs gaan met een kruitworst even huiselijk te werk alsof 't cervelaatworst ware, hetgeen in den beginne menigeen doet ontroeren.

Als er een mijnoven moest geladen worden, herbergde de tent in de nabijheid het noodige kruit, mijnpatronen, gezwinde lont en meer van dit verre van onschadelijk materiaal.

Kwam men, van geen gevaar bewust, die tent binnen ten einde 'n praatje te maken, op 'n tonnetje even plaats nemende om eene sigaar op te steken, dan maakte dit hèm in 't minst niet zenuwachtig; maar als de geen kwaad vermoedende bezoeker wat al te zwaar begon te dampen en de gloeiende asch van zijn walmende sigaar knipte, dan werd waarschuwend hem toegevoegd:

„Zeg, matig je 'n beetje."

„Hoe zoo?"

„Je zit op 'n vaatje buskruit, man!"

In den regel werd het vereerend bezoek dan gestaakt en in een oogwenk was de ander verdwenen. De opgewektheid ontbrak ten eenenmale om zich van de juistheid der mededeeling nader te overtuigen.

Men gewent aan alles, ook aan het gevaar, en de meeste ongelukken in kruitfabrieken of kolenmijnen zijn toe te schrijven aan zorgeloosheid; een gevolg van den gestadigen omgang met goedje, waarvoor anders ieder een gepasten eerbied heeft.

Toch zal men wel begrepen hebben, dat 't bovenbedoelde tonnetje geen buskruit bevatte en 't

Sluiten