Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„We zullen ons best doen, kap'tein," zei de mineur ie klasse, een kerel als 'n reus, die óók wel in bekwamen tijd de Augius-stallen zou gereinigd hebben.

Ze deden hun best; die ploeg werkte, alsof haar leven er mee gemoeid was; op den bepaalden tijd was het karwei klaar en weldra klonk de onrustbarende roffel, die der tegenpartij een onwelgevallige verrassing bereidde. Weer een aantreden van alle kampioenen, een toestroomen van nieuwsgierigen, daarna eene onheilspellende stilte, na een gegeven teeken een korte slag op de trom, feen kort oogenblik van merkbare spanning .... een onderaardsch gedruis, onvèrwijld gevolgd door een ontzettenden knal, die alles in t rond deed daveren, en de vernielende uitwerking van het kruit liet zich niet wachten. Als een dichte stofregen daalde het hoog opgezweepte zand neder, stukken verkoold hout kwamen kletterend op den grond neer en een daarvan sloeg door eene tent en een zwaar tafelblad heen; met een doffen smak, die het den tijdelijken bewoner deed op prijs stellen, dat hij ze in tijds ontruimd had.

Wat de hoofdzaak betreft, in het werk van den verdediger was een schrikbarende verwoesting aangericht; alles lag hopeloos dooreen.

Zijn gang was totaal vernield, hetgeen blijken kon uit het feit dat 6 stijlen van kozijnen kleinen gang in den naburigen put gevonden werden; de put was geheel uit zijn verband gerukt, de bekleedingen waren naar binnen overgezet.

Wanneer dat ernst en het mijnwerk bezet geweest was, zouden maar weinigen het leven er hebben afgebracht

Sluiten