Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

primitieven wijnkelder nog andere merken zijn dan groen- of geellak, en heeft de kampcommandant een goede bui, dan schenkt hij een glas schuimwijn en er worden heildronken ingesteld, lijntjes getrokken — tot men zich weder naar buiten spoedt, om nog gauw even door de ondergaande zon te worden beschenen en de schemering haren nog doorzichtigen sluier over de wijde vlakte te zien uitspreiden; geheel en al vergetende, welk klein stipje daarvan de heele Legerplaats beslaat; ontvankelijk voor het gevoel van gezelligheid, dat men onder goede kameraden zelfs in steppen of prairiën met zich kan omdragen, en voor het oogenblik verzoend met zijn lot.

De ongedwongen geest maakte altijd op den bezoeker een aangenamen indruk en zelfs wanneer deze eene deftige civiele betrekking bekleedde, mochte hij in 't eerst wat verschrikt rondzien, hij eindigde met in de algemeene vroolijkheid te deelen en eene legende, welke nog voortleeft, bewijze hoezeer dit het geval was.

Bij zoo'n feestelijke gelegenheid was ook een professor genoodigd en in 'n gegeven oogenblik had de joligheid een zoodanige hoogte bereikt, dat men het verkieselijk achtte, niet in jammerlijken sleurgang door de deur, maar door het venster binnen te komen.

Men scheen waarlijk daar iets voor te gevoelen; ten minste een ieder, hoog of laag, deed het en onze joviale hoogleeraar volgde mede dezen minder gebruikelijken weg en had dien middag veel schik in z'n leven, met genoegdoening zich in de schoone dagen van den studententijd teruggevoerd wanende.

Waren er, bij hooge uitzondering, eens dames aan

Sluiten