Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleinzieligste aller schepselen. En toch durfde zij zich niet losrukken van de oude vooroordeelen, toch luisterde zij naar de woorden van haren oom, niet enkel, omdat zij hem ongaarne weerstreefde, door wien zij sedert haar veertiende jaar was opgevoed, bij wien zij een warm, liefderijk tehuis had gevonden, toen zij, hoewel rijk aan goederen, toch zoo arm, zoo verlaten was achtergebleven, nadat beide hare ouders spoedig na elkander gestorven waren. Och, zij mochten nu wel niets van het droevig verschil meer voelen. Moeder zag op haar en Willem neder zonder droefheid om dat verschil van - geloof en vader zou haar misschien den geliefden man wel toevertrouwen, nu hij vandaar op haar nederblikte waar alle gebeden in welken vorm ook, door de Engelen tot God gebracht werden, die ze met een gebed van liefde vergezeld Hem overgeven.

Angstvallig hield zij deze gedachte voor eene wijle vast. Zij was als een helder, liefelijk licht in haren door twijfel benevelden geest; zij richtte er den blik op, het licht verbreidde zich, helderder en helderder werd het, het straalde als een verwarmende gloed over haar levenspad in het verschiet, dan, op eens, stierf het weg, om haar in volslagen duisternis achter te laten.

En nĂ¼ had zij Willem van zich laten gaan. Zij voelde, hoe hij al haar geluk medevoerde. Zijn schoone, mannelijke gestalte, zijn vriendelijk oog, hadden de oude toovermacht over haar uitgeoefend. Zij had hem wel in de armen willen vliegen, hem kussen, hem alles, alles beloven met het heilig voornemen, hem en hem alleen lief te hebben en te gehoorzamen naast God.

Naast God! En was zij dan God niet ongevallig, door

Sluiten