Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke golfjes opgebogen in den ijzeren vorm, daarover de „spies" uitgespreid, en deze dik met suiker bestrooid. Dit kunstproduct, van ouds als Limburgsche f 1 a a i bekend, was nu naar den eisch gebakken, en lag gereed op eene tafel in het nevenvertrek.

Onder vaders stoel lag eene nieuwe Duitsche pijp en een reusachtig pak tabak, beide met daarop vastgebonden bloemen versierd. Onder de bank waren meer voorwerpen geborgen, bestemd voor den held van het feest.

()ntelbare malen was door allen naar de oude hangklok gekeken en met een zucht zeiden de kinderen „noe nog vief menuten."

Moeder vermaande tot kalmte en vader keek eens op zijn ouderwetsch horloge, want ook hem leek het dat de klok vandaag „zoo bezönjer langzaam loop."

Ratelend, pruttelend en als weerspannig zuchtend begon eindelijk het oude meubel te snorren. Het groote gewicht trilde, zakte; en weldra klonken statig de acht slagen door het vertrek.

Bijna tegelijkertijd trad de lang verwachte binnen met een hartelijk „génaovend samen" — en onder luid kindergejubel werd oom naar zijne plaats geleid. Broer en zuster staken hem de hand toe, vroegen een en ander over het werk, het weer en het stadsnieuws, en weldra stonden de borden dampende karnemelkspap op tafel. Vader maakte het kruisteeken, vouwde de handen, deed de oogen dicht, en allen behalve oom volgden dit voorbeeld. Een kort, fluisterend gebed werd door hetzelfde teeken gevolgd, en onmiddellijk daarna vielen de lepels in de borden.

Sluiten