Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onveranderd.

DOOR

JAFIR.

Weer was de dag langzaam voorbijgesleept, weer de avond aangebroken, die even een rustpunt bracht totdat de nacht viel, en dan, veel te snel, de morgen weer daagde, opnieuw het eentonig sleurleven van den bureaudag brengend: van acht tot twaalf, van twee tot vijf.

Dat ging nu al vier jaren zoo voort, dat dorre leven, al de vier jaren van martelende eenzaamheid, sedert ze hem ontvlucht was.

En eiken avond weer, als hij haastig, zonder genot, zijn maaltijd had geëindigd, schoof hij, als 't winter was, zijn stoel bij het vuur, en voor het open raam, wanneer de zomer heerschte. Dan nam hij een boek en trachtte te lezen, maar altijd weer dwaalden zijn gedachten af en zijn blikken naar 't andere venster, naar 't hoekje van den haard, waar ze hem vroeger, ook met een boek, gezelschap hield.

Dan stond hij met een zucht op, stak de lamp aan, en ging aan de tafel zitten, waar de leelijke, slordig gekleede huishoudster zwijgend het theeblad had klaargezet. Maar het visioen was niet te verdrijven, want I. 20*

Sluiten