Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terug, en voortschrijdend bevond hij zich, vóór hij het vermoedde, bij het hooge kazernegebouw, voortaan zijn tehuis.

Met een paar korte inlichtingen, hem bij het binnentreden der kazerne verstrekt, kon hij volstaan om de kamer, hem dien morgen tot verblijf aangewezen, terug te vinden. Weldra bevond hij zich nu in een groote vierkante zaal, die door twee rijen zware pilaren, welke de hooge zoldering droegen, in drie nagenoeg gelijke vakken verdeeld was. In elk zulk een vak, dat een afzonderlijke kamer vormde, stonden langs de lange zijden de zwarte ijzeren kribben geschaard. De lakens en dekens lagen, tot nette gelijkvormige pakken gevouwen, op de met stroo gevulde hoofdkussens. Boven elke krib was een gesloten hangkastje, waaraan het ledergoed van den eigenaar hing, en rondom de pilaren glansden de metaaldeelen der geweren, die kringsgewijze daaromheen in hooge rekken steunden. Eenige witgeschuurde houten tafels en banken voltooiden het ameublement in het verblijf, dat voortaan het zijne zou wezen.

„Moet je op de 4e compagnie zijn, politiek?" klonk hem van een der bedden tegemoet, waarop een met de korporaalsstrepen getooide, jeugdige landsverdediger onder het genot van een pijpje bezig was in een boek te bladeren.

„Ja", antwoordde Bramsen, wel begrijpende, dat hij bedoeld werd met den naam „politiek".

„Zoo, dan ben je terecht. En hoe heet je?"

„Jan Bramsen."

„Een weergaasch mooie naam, politiek, daar zit klank

in als voor een generaal! Wie weet wat er nog van je I. 21

Sluiten