Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen je niet hebben, hoor, ga maar hiernaast bij de water- en vuurvrouw."

De snibbige, geringschattende wijze, waarop dit gezegd werd, en de gedachte aan de water- en vuurvrouw, waarbij hem de vettige atmosfeer uit de woning van vrouw Ratjepol weer voor den geest zweefde, verwekte in niet geringe mate zijn ergernis, terwijl die op een kier geopende deur hem als eene beleediging voorkwam.

Scheen het niet, dat men hem weerde als een landlooper, hem een fatsoenlijk jongmensch, en dat alleen omdat hij de uniform droeg van zijnen Koning, omdat hij behoorde tot de eerstaangewezenen, die zouden strijden voor vorst en volk?

Om erger te voorkomen plaatste hij dan ook de kolf van zijn geweer in de geopende deur en verklaarde kort en krachtig:

„Mijn biljet verwijst mij niet naar de water- en vuurvrouw, maar naar dit huis, en hier moet ik intrek nemen."

Intusschen deed zich opnieuw het geluid van naderende voetstappen hooren, en in de deuropening verscheen een nieuw personage, een oudachtig man, gehuld in eene kamerjapon van niet te bepalen kleur. In de eene hand hield hij een jeneverflesch, in de andere een glas zonder voet.

„Hoor eens", sprak de nieuw aangekomene, „ik kan je niet in huis nemen, je zult het hiernaast heel goed hebben. Laat ik je een glas inschenken en ga dan met mij eens een kijkje nemen in het logies, dat ik voor je bestemd heb." Al sprekende deed hij het vocht in het glas parelen en bood het den jongeling aan.

Bramsen, die van de gelegenheid gebruik maakte om

Sluiten