Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naast de kolf van zijn geweer in den deurpost te gaan staan, wees het glas af en verklaarde zich niet genegen om een ander kwartier te betrekken, dan hetgeen hem was toegewezen.

„Maar ik kan je zelfs geen bed geven; een paar bos stroo op den vloer is al, wat je krijgen kunt, terwijl de water- en vuurvrouw"....

Ongeduldig viel Bramsen in de rede:

„Een paar bos stroo is ook alles, waarop ik aanspraak kan maken, mits u er een hoofdkussen, lakens en een deken bijvoegt. Bovendien mag ik niet op eigen gezag van kwartier wisselen, en nu ik eenmaal bij u ben ingelegerd, ga ik onder geen voorwendsel in een water- en vuurnering."

Die besliste weigering miste hare uitwerking niet. Hoofdschuddend mompelde de oude man nog een paar malen:

„Je zoudt het er goed hebben, je zoudt het er goed hebben", en vroeg toen plotseling: „Maar als ik dan een ander kwartier beschikbaar stel, stem je dan toe?"

Bramsen, die wel begreep, dat zijn verblijf in dit huis verre van aangenaam zou zijn, besloot zich hierin te schikken, mits de oude heer met hem naar het stadhuis toog om de toestemming te vragen. Dat dit eigenlijk bij zijn chef moest gebeuren, was onzen jeugdigen vriend ontsnapt, en zoo begaf hij zich met zijn onwilligen gastheer naar het stadhuis, waar een adres werd opgegeven, dat Bramsen's eischen zeker bevredigen zou, zooals de ambtenaar welwillend verzekerde. En werkelijk beviel het nette koffiehuis, waarheen hij nu gebracht werd, hem al dadelijk. Weldra deed hij de er-

Sluiten