Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

varing op, dat men ten stadhuize zijne belangen goed behartigd had en hij ook nu weer in een gemoedelijk en voorkomend gezin was opgenomen.

Zeer groot was dan ook zijn leedwezen, toen hij enkele dagen later dit kwartier weer verlaten moest, om de kazerne te gaan betrekken, die door de naar hunne oorlogsbestemming vertrokken troepen van het garnizoen ontruimd was. Nu was de pret er geheel en al van af, want het oude kazerneleven nam weèr een aanvang, maar in onaangenamer vorm dan te Kampen. De gelegenheid tot uitspanning binnen de kazerne ontbrak natuurlijk, men moest zich veel meer behelpen, aangezien men alleen over de velduitrusting kon beschikken en bovendien moesten de handen uit de mouw gestoken tot het verrichten van allerlei bezigheden, die te Kampen aan hulppersoneel waren opgedragen, zooals kazernereiniging, aardappelschillen enz.

Onder die omstandigheden was elke verandering welkom, en met blijdschap vernam Bramsen eenige dagen later, dat hij was aangewezen om deel uit te maken van een detachement van 50 a 60 hoofden, dat in het naburige Wilp gekantonneerd zou worden tot waarneming van den IJsel, in verband met de bezetting van Deventer en met de meer zuidwaarts geplaatste troepen. Op een fraaien, zonnigen middag keerde hij met het detachement welgemoed de kazerne den rug toe, vol verwachting van het leven te velde, dat nu voor hem zou beginnen. De te doorloopen afstand was niet groot, en weldra had men ook het doel van den tocht bereikt. De inkwartieringsbiljetten werden uitgereikt, doch Bramsen kreeg aanzegging, dat hij een groot uur

Sluiten