Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

melen, in de pastorie, waar nooit iemand voorbij komt met voorbedachten rade en alleen een boer aanschelt, om zich te laten overtrouwen in die week, of een kind aan te geven als doopeling. Kniel mensch!

Ik zal je alles vertellen.

Eenige dagen geleden moesten neef en nicht een zieke boerin opzoeken, die een half uur van Drummeien afwoont. Mij werd ook verzocht mee te gaan, doch daar ik, als ik te kiezen heb, dan nog liever een gezonde boerin zie, bedankte ik voor de eer, mede in het muffe boerenkarretje plaats te nemen, om een uur over een zonnigen dijk te hobbelen.

Nu, neef en nicht vertrokken en ik nam een werkje mee, om maar buiten te gaan zitten: ik ben er nu toch eenmaal voor gekomen.

Juist, toen ik de deur al fluitende openruk, (want je weet, ik ben een hartstochtelijke liefhebster van fluiten en alleen de tegenwoordigheid van neef en nicht hield mij drie weken in bedwang) staat daar een heer op straat, gereed om aan de schel te trekken.

Ik krijg een kleur als vuur, maar moest toch lachen. Hij hield zich goed, hoewel een verraderlijke tinteling in zijn oogen mij bewees, dat hij wel had willen instemmen met mijn gelach. De hoed werd diep afgenomen en de eigenaar van dat hoofddeksel stelde zich voor als de burgemeester van Drummeien, de heer Van Erp.

Het is een heel gewoon persoon om te zien, zooals er honderden in Amsterdam loopen, ongeveer dertig jaar, niet groot, niet klein, niet donker van haar, doch ook niet licht, doch een alleraardigste jongensachtige stem en ondeugende oogen.

Sluiten