Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij was nu dertig jaar en daar was nog nooit iemand geweest, die van hem gehouden had.

In dienst heeft ieder korporaal een meisje, maar het was nooit in hem opgekomen, dat ook hém dit geluk te beurt kon vallen, 's Zondags zat hij meestal te hengelen aan de kade, en daar had hij honderden van die paartjes zien voorbijgaan, maar hij had ze gezien in het licht van eene hoogere wereld dan de zijne, een wereld, die hij wel kon bewonderen, maar die hij nooit zou wagen binnen te treden.

Maar thans ja, hij moest het zichzelven bekennen, hij had in die wereld een begeerigen blik geslagen ! Hij stond te kijken als een schooljongen, dien men op het stelen van appelen betrapt.

Doch de adjudantsche praatte er zóó vriendelijk en zóó natuurlijk over, dat hij werkelijk begon te vermoeden, dat deze vruchten hem rechtens toekwamen; en zij had niet veel overredingskracht noodig om hem er toe te brengen, dat hij naar wat in zijn oog zoo begeerlijk scheen, ook de hand uitstrekte.

Toen 't engagement in de kazerne bekend werd, werd Kiske natuurlijk van alle zijden gefeleciteerd. Alleen de ouwe de Zwart voegde zijn gelukwensch niet bij die van de anderen. „Kiske," zei hij, „ze zeggen dat je krom bent. „Dat ben je nooit geweest, maar nou ben

je 't geworden!"

Kiske begreep den zin dier afkeurende woorden maar half, en voor zoover hij ze begreep, sloeg hij ze in den

Sluiten