Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wind. „Als iemand gelaakt wil worden, dan moet hij trouwen," dat was reeds een oud spreekwoord, en wat den ouwen de Zwart aangaat, het was nu eenmaal genoeg bekend, dat hij niet alleen een hater was van het vrouwelijk geslacht, maar van heel het menschdom. Zoo'n yzegrim kon natuurlijk niet zien, dat een ander gelukkig was. Dat was alles!

Maar 't Kiske liet zich hierdoor zijn geluk niet ontnemen! Integendeel: hij genoot het met volle teugen. Hij ging nu eiken avond naar zijne geliefde, en vergenoegde zich met in een hoekje te zitten en haar gade te slaan, waar zij heen en weer liep. Kwam zij naast hem zitten, dan was het hem genoeg haar aan te zien en hare hand vast te houden. Hij beschouwde haar met heiligen schroom, zooals een man een schat beschouwt, dien hij gevonden heeft, en gelukkig is ze telkens al weer in 't verborgen te voorschijn te mogen halen en te mogen bewonderen. Des Zondagsmiddags ging hij met haar wandelen, zooals hij jaren lang ook anderen had zien doen. Ze gingen dan naar een speeltuin of naar eene van die aardige primitieve uitspanningen, waaraan de mooie omstreken van Holtrecht zoo rijk zijn, en die voor het einddoel van een vrijend paartje als uitgelezen zijn. Dan liep hij met hooge borst aan hare zijde, zoo rechtop als hem dat mogelijk was, den hatelijken linkerschouder een weinig ingetrokken, den rechter omhoog geheven, als in inspanning om den arm zijner beminde op te beuren. Kiske betaalde natuurlijk het gelag, en dat deed hij met pleizier. Hij gebruikte een eenvoudig glas bier, maar zijn Keetje kon krijgen, wat haar hart begeerde. Want Kiske ging van het

Sluiten