Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat Kiske betreft, hij nam hartelijk deel in de algemeene vroolijkheid en het streelde zijne ijdelheid als hij bedacht, dat h ij er de eigenlijke aanleiding toe was. Gretig dronk hij ieder keer het kopje leeg, dat de vriendelijkheid van den rooien Minders hem telkens en telkens met opmerkelijken ijver vulde. Langzamerhand werd zijn geest bedwelmd en wiegelde zich in aangename schommeling op het geruisch-van-vreugde rondom hem. De stemmen werden onduidelijker, maar zij wonnen in hemelsche bekoring. Zijn blik werd beneveld; wat er mogelijk hinderlijks was geweest in dezen eersten opzet van zijn huwelijksleven, verdween; hij zag alleen een bont-gewoel-van-genoegen; jongens-en-meisjes-in-uitbundige-vroolijkheid, drinkende-en-kussende: een tafereel vol leven en kleur; eene apotheose, ver, nevelig, lachend, die zijn dolende geest bezag in het licht van die hoogere wereld, waarvan hij vroeger gedroomd had, en waarvan het betreden nu, méér nog dan de werking van den Schiedammer, hem in zwijmeling bracht. Te midden van dat licht zag hij weldra, niets anders, dan eene vrouw, dezelfde, die die wereld voor hem had ontsloten, in een bovenaardsche schijn; en terwijl zij hem aanzag met dien teederen blik, die reeds vroeger zijn hart had in vuur gezet, scheen zij hem heerlijker dan ooit te voren. Hij staarde haar half-droomend aan; er kwam iets godsdienstigs in hem op, en hij begon met dikke lallende tong een stuk uit eene mis aan te heffen: „Sancta Maria, ora pro nobi s", dat hem nu in eens uit zijn koorknapentijd te binnen schoot.

Zijne bruid knikte hem nog eens vriendelijk toe, en toen hij het lied uit had en het hoofd als om te slapen

Sluiten