Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

straks terugkeerenden broeder, en eindelijk — eindelijk alléén.

Alleen op haar kamer — waar ze mocht blijven omdat ze 't anders den volgenden avond op 't bal niet zou kunnen uithouden — zoo'n eerste keer en — dan nog zoo'n kind!

Zij keek haar kamertje rond. 't Was alsof alles veranderd was!

Door de open vensters wierp de maan breede stralen.

Zóó schoon had zij nog nooit geschenen!

„Hij heeft me lief!" klonk 't binnen in haar.

Ze ging voor 't venster staan en ademde de geuren der bloemen in.

Zóó bedwelmend waren ze haar nog nooit naar het hoofd gestegen.

„Hij heeft me lief!" fluisterde ze.

Was ze ooit ongelukkig geweest? Had ze verdriet gekend? Was er somberheid om haar bestaan geweest? Had ze de menschen wel eens minder vriendelijk gevonden?

Neen — neen! Zij had zich in alles vergist!

Het leven was heerlijk — de menschen goed en vriendelijk — de toekomst helder — elke nevel was weggevaagd!

„Hij heeft me lief!" juichte ze en nederknielend boog ze 't hoofd als om gezegend te worden en lispelde:

„Ik dank U, mijn God!"

*

* *

Concordia baadde zich in een stroom van lichten.

Rijtuigen met livrei — gewone wagens — bendies —

Sluiten