Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er nog niemand in de zaal zoolang z ij er niet is.

Hij loopt af en toe naar buiten om daarna schijnbaar rustig zijn plaats te hernemen.

De polonaise is wel niet voor hem, maar hij wil haar toch binnenbrengen.

Wat drijft hem eigenlijk tot dit alles?

Liefde?

Zeker. Liefde, tot wanhoop toe. Maar hij heeft in den laatsten nacht herhaaldelijk tot zich zeiven gezegd: Vlucht!

Maar ze was zoo innig lief! Zoo alles waaraan hij behoefte gevoelde!

Waarom zou hij ledig blijven, terwijl hij zich aan schatten verzadigen kon ?

Hij handelde slecht.

Maar misschien — heel zacht werd hier de stem der hoop hoorbaar — misschien zou Betsy alles voor hem over hebben en toch vergeven!

Ze was nog zoo jong!

Hij kon, hij wilde nu geen afstand meer van haar doen!

Ze konden ten slotte, als hij haar alles zeide, elders voor altoos samen gelukkig zijn.

Daar op eens, alsof een lichtstraal langs hem gleed, daar was ze!

Maar hij had te lang gedroomd. Ze kwam aan den arm van haar zwager, terwijl hare schoonzuster een jongen luitenant tot geleider had.

Ternauwernood op de beschikbare plaats aangekomen haast Duprez zich om zijne opwachting bij de familie te maken.

Sluiten