Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Parabel.

DOOR

W. J. DE WILDE.

Een paddestoel staat bleekjes op

in 't rottend goedje, dat zijn voedsel is,

en kijkt parmantig om zich heen,

zijn wereld in.

Daar wuiven, in den vochtig-warmen wind, De varenpluimen trillend boven hem.

— „Goed! goed! 't Is wel! Ik ben tevreden hoor! Pas ziet men mij of de eerebogen staan!

De beuken glanzen bronzig-bruin;

zij wiegen week hun slanken stam in 't luwen van de lauwe lucht,

en zachtjes ruischt hun goud-bezonde kruin.

BJa5 'k ben tevreden over je! Zóó is het goed

Dat mag ik zien: dat iedereen zich tooit op mijn geboortefeest."

Den mooisten hoed, dien hij bedenken kan, zet Paddestoel zich op: scharlaken, geel bespikt.

Sluiten