Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij knikt welwillend zijn omgeving toe en keurt den stijl en looft den varenbogen bocht. In goeden luim geeft hij zijn hoed een tik en zet hem achterover-scheef en lacht.

— „Jawel! Heel goed! Wèl aardig! Knap gedaan! Ik ben tevreden met de ontvangst, 't Is goed!"

Een zonnestraal glipt glanzend door het dek van boom- en varen-bladen neer,

en tint den rooden hoed en 't vleezig lijf met heller gloed. De paddestoel kijkt op;

hij blikt de zon recht in het goud gelaat en lacht ook die met breeden glimlach toe.

— „Je meent het goed! Ook jij je doet je best,

al zijn je stralen niet zoo mooi,

zoo hei-rood als mijn hoed." —

*

* *

Hoog boven 't deinend, groenverguld bouquet van beukenkronen, zweeft een genius

zijn Muze tegemoet.

Op ieder blad, dat onder hem zich roert,

straalt en verschiet een zonnediamant in 't eindelooze, blanke hemelblauw,

waarin zijn wiekslag wuift.

— „O! Zon! Heb dank! Hoe ruim! O! dank! Aanbiddend buigt Uw schepsel zich waar Gij Uw heerlijkheid, Uw almacht openbaart.

Schoon schept Gij.... grenzenloos!" —

Sluiten