Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bezield met dat goede voornemen, doordrongen van het gewicht van zijne betrekking en van den persoon, die geroepen was deze waar te nemen, stapte onze jonge vriend na volbrachte reis op een mistigen November-avond in gezelschap van een zestal makkers naar de kazerne van het korps, waarbij zij ingedeeld waren.

De schildwacht, die met regelmatige passen voor het gebouw heen en weer liep, had juist het verstafgelegen punt zijner wandeling bereikt, maar tegen de zware poortdeuren stond een boomlange korporaal geleund, wiens linkerarm beladen was met een drietal che\ rons voor langdurigen dienst, een der weinige overgeblevenen van een sedert verdwenen type.

Bramsen wendde zich tot hem met het verzoek.

„Kameraad, wees zoo goed ons even de wacht te

wijzen."

Met één langen blik monsterde de aangesprokene, zonder zijne leunende houding prijs te geven, de voor hem staande jeugdige makkers; daarop keerde hij zich naar de gang, waarin toevallig juist de commandant der wacht verscheen en meldde op onmiskenbaar gering-

schattenden toon:

„Sergeant, zeven korporaals van de „bakkerij . De sergeant scheen geen acht te slaan op de hinderlijke uitdrukking, hoewel de jeugdige collega s zich er vrijwel door gegriefd voelden. Hij deed hen in de wacht gaan, overtuigde zich, dat allen volgens de hem verstrekte opgave aanwezig waren en liet hen toen naar de compagnieën geleiden, waarvoor zij bestemd waren.

Ook hier was alles op hunne komst voorbereid. Bramsen vond zijn legertje gespreid en daarnaast een

Sluiten