Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar uitgaat, neemt het beeld der trillende blaadjes in zich op en stoeit en danst er mede. Soms houdt zij even op en toont den tak lachend zijn beeld, alsof zij zeggen wil: „Zie zoo'n macht heb ik over je." Dan plotseling haar spel eindigend, bruiselt zij zoet en bekoorlijk verder.

II.

DE WATERVAL SIDONIE.

Schitterend in ontelbare verven glijden de waterstraaltjes over den rotsrand, tritsen van glanzende diamanten gelijk.

In de hoogte, breed overvloeiende; lager, spitsig da lende en weer opgeworpen, voor ze zich vereenigen met het water, dollend over het trapvormig rotsdeel in de diepte en daar wegrollend als een breede, machtige stroom.

In de hoogte, breed overvloeiende de lichtbruine rots, week uitziende als een aangelegd watervalletje, doch massiever, en altijd het water trotseerende, wier straaltjes aan de kanten spitsig overhangen, gelijkend op ijskegeltjes

aan een kroonlijst.

Onwrikbaar staat de oude rots, jong gebleven onder het koezelen en streelen der blanke waterstraaltjes. Hun minnekoozerijen neemt ze aan, als iets wat haar rechtmatig toekomt. Maar zij geeft ook terug; zij neemt ze zacht in haar steenen armen, niet om ze te verpletteren, doch om ze omhoog te werpen en weer op te vangen, en ze voort te dragen in een jubelenden dans, elkanders bekoorlijkheid verhoogend.

Sluiten