Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

luidruchtige wijze van wekken, hoe doeltreffend dan ook, had in de naaste omgeving van den vuurmond een alles behalve bedaard ontwaken ten gevolge. Maar men gewent zich aan alles en later bleek het bij herhaling, dat wel degelijk het langer aanhoudend tromgeroffel noodig was, om Bramsen uit zijnen gezonden slaap te wekken.

De bezwaren, aan de bekrompen behuizing verbonden, bleken weldra overwonnen en al heel spoedig hadden Bramsen en zijne tentgenooten zich zoo aangenaam mogelijk ingericht en ook hun gemeenschappelijk strooleger een behagelijker aanzijn gegeven, door voor ieder hunner een eigen slaapplaats met paaltjes en daartusschen gevlochten stroo af te bakenen.

Eenige dagen later had Bramsen alleszins reden zich die zucht naar eene meer afgezonderde ligging te beklagen.

Terwijl des nachts een plasregen zich boven de legerplaats ontlastte, had plaaglust een der kameraden bewogen het tentdoek juist boven Bramsens hoofd te doen doorlekken, door er eenvoudig met den vinger tegen te drukken. De kille droppels wekten den niets kwaads vermoedenden slaper op min aangename wijze, maar het ergste was dat het lek bleef aanhouden, zoolang de regen duurde, terwijl de afgebakende slaapplaatsen geene verplaatsing veroorloofden. Er bleef Bramsen dus niets anders over als met een bak in de hand het doorsijpelend nat op te vangen, om zoodoende zijn leger droog te houden.

Na enkele dagen voelde men zich geheel te huis in het kamp en was de levenswijze geheel ingericht naar de omstandigheden. De laatste uren van den dag bracht

Sluiten