Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar de gouden lijsten, dat zag hij, en van de lijst keken ze naar 't schilderstuk. In 't midden, volop in 't licht, hing een prul, een zigeuner-meisje voorstellende, die een tamboerijn boven het hoofd houdt. De achtergrond was schreeuwend blauw en rechts was het een embarras van hei-groen en roode bloemen, waaruit op kwam kijken de witte muur van een herberg, een goudgeel uithangbord doorstekende tusschen de takken. Het meisje zelf was een stalenkaart. Rood de rok, bruin met gouden stippen en strepen de bekleeding van 't bovenlijf; in het donkere haar een zilveren maan en om den hals een collier van munten, afhangende tot op den vuurrooden halsdoek. Maar niemand had de zaal nog verlaten zonder een oogenblik voor het kleurenmonster te hebben stilgestaan. Het schreeuwde in de breed-gouden lijst, het trok onweerstaanbaar aan door zijn horribele leelijkheid. En zijn burgwalletje hing daar eenzaam in den hoek, onopgemerkt en voorbijgegaan. Het was hard, maar was het onverdiend? En een oogenblik twijfelde hij aanzijn talent, aan de menschen, aan alles. Hij had dat burgwalletje mooi gevonden, maar.... was het mooi? Was schoonheid niet relatief tot in 't oneindige en moest hij nu juist gelijk hebben en al die menschen, die daar ronddrentelden, hadden die ongelijk? Was kunst een aesthetisch amusement of was zij wat hoogers? Hij wist het niet. Volkomen zeker was hij maar van één ding: kunst gaf geen satisfactie.

Het werd voller; hij hoopte weer. Oude heeren en dames, vooral dames, kwamen zich hier aesthetisch amuseeren. Kunst was amusement, dat zag hij duidelijk.

Ezel die hij was, hij had zich 't noodigste ontzegd, ja,

Sluiten