Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met roode gezichten; ze zingen en de gaanden ter bedevaart ergeren zich niet, maar lachen en kijken ze nog eens na.

t abrieksarbeiders op z'n Zondags buiten staande, in 't Engelsch hemd met een zilveren horlogeketting op 't vest, kijken ze ook na en de buurvrouwen spreken er samen over, wie ze zijn, want alles dringt uit de lage, kleine huisjes naar buiten om te genieten van de voorbijgangers.

Spelende jongens maken den weg nog stoffiger. Het stof zweeft langzaam, vuilgelig naar den rechterkant over het groene winterkoorn.

Daar komt een janplezier vol opgeschoten jongens, die ook al naar St. Job geweest zijn en ze zingen, dat ze elkander nooit verlaten zullen.

Nog meer stofpoeier over 't veld, maar ginds buiten den weg en 't stof, daar ligt de zonnige wereld in volle rust; aan de kimmen nevelt een warmtewaas het groene geboomte weg; daar, om een boerenhofstede, zijn appelen pereboomen als bouquetten tusschen lichtgroene peppels, die klateren, en over alles luidt van verre weerde kloosterklok en doet weer denken aan wierook, gezang en aanbidding.

Tilburg, 12 Mei 1895.

Sluiten