Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk verschil dat er geen onderpand vereischt werd.

De pastorie was een fabriek van verven en vernissen, die om niet verstrekt werden aan arme menschen om hun huisjes mee op te knappen. De pastorie was een uitdragerij, waar stumpers die een of ander onmisbaar kleedingstuk ontbeerden, zich een hemd of een broek konden halen, en nog een lachje toekregen. Het was niet dit lachje, dat den notaris zoo gruwelijk ergerde, dat hij gevaar liep een beroerte te krijgen, maar wel dat hemd en die broek. In één woord.... de pastorie was een gekkenhuis. Daar moest, daar zou een eind aan komen. Dagen lang liep de notaris rond in wanhoop, zich geen andere vraag stellende dan deze: „Hoe zal ik dien gek, dien driedubbelen gek tot rede brengen?" En hij wachtte slechts op een aanleiding om aan zijn ingehouden toorn lucht te geven. Zooals men kan denken, was die dra gevonden.

Op de pastorie was een nieuwe dienstbode gekomen, waaromtrent de zonderlingste praatjes in omloop waren. Men sprak van .... kindermoord .... rechtbank .... vrijgesproken .... gebrek aan bewijs ....

Den avond van den dag, waarop den notaris deze gruwelen ter oore kwamen, trad hij zoo gejaagd het huisvertrek zijner kinderen binnen, dat het lieve huisvrouwtje bleek werd van ontsteltenis. Het open en vriendelijk gelaat van haar man bleef kalm en onverstoord als altijd, ook nog toen zijn schoonvader, den aangeboden stoel versmadende, in ziedende drift het vertrek op en neer liep. De smeekend opgeheven handen zijner dochter ontketenden den storm.

„Daar heb ik dan al mijn leven voor gewerkt! Daar-

Sluiten