Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verstoorde idealen.

DOOR

F. KLEINBENTINCK.

Het zou onjuist zijn te beweren, dat de oude Pieterbaas een dubbeltje tweemaal omkeerde, aleer hij het uitgaf. Pieterbaas behoefde het dubbeltje niet om te keeren om de eenvoudige reden dat hij het niet uitgaf. Pieterbaas rekende slechts met „toe-beurs." Aan den bakker leverde hij zooveel ovenrijs uit zijn bosschen, dat hij bij het eind van het jaar na aftrek der roggebrooden, „wiggen en stoeten" die hem en zijn huishoudster het kostbaar leven gerekt hadden, nog een aardig duitje toekreeg. Het mager stukje vleesch dat zijn Zondagsdisch meer versierde dan vulde, werd verrekend, zoodra hij den slager een vette koe of ander vet gedierte leverde, waarvan nooit iets op zijn eigen tafel kwam. De kruidenier werd betaald (met eieren, boter en kaas. De knechts zijner uitgebreide boerderij werden eiken Zaterdag uitbetaald door den schoonzoon van Pieterbaas, ook een landbouwer, die in rekeningcourant stond met zijn schoonvader, en deze zorgde wel,

dat hij daarbij „aan het langste eind" trok. Trouwens II.

Sluiten