Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

juffrouw hem feliciteeren bewerend, dat ze nog nooit zoo'n goeien heer had gehad, en de juffrouw een beste man aan hem hebben zou.

„Dat zeg-je wel, juffrouw" klonk vroolijk zijn antwoord. „Ik dank je ook wel voor je zorg. Ja, als de juffrouw er niet tusschen was gekomen, waren we wel bij elkaar gebleven .... maar je weet wel, hoe wij altijd onder de plak zitten, en dus moest ik wel weg, hoe graag ik nog bleef. . .." En goedig lachend knikte de juffrouw: „Meneer zou het ook wel graag doen, 't zou de juffrouw wel niet alleen zijn."

De rok-aantrekkerij was een groote plechtigheid.... die das wou maar niet goed zitten .... de snor had het één oogenblik hard te verantwoorden .... en toen was meneer in de puntjes, klaar om zich te laten trouwen. Het rijtuig kwam voor.

Beneden stond de juffrouw bewonderend aan de deur, de meid gluurde uit de keuken — een paar orders voor de koffers en weg reed hij.

Even bij den bloemist aanrijden, om het bouquet te halen.

Hoe het kwam wist hij niet, maar langzamerhand, begon hij zenuwachtig te worden, en tevens maakte zich een zekere weerzin van hem meester tegen al de drukte, die nu komen zou, die hem hinderde, omdat zij niet paste in den ernst van zijn denken.

Ze moesten zoo naar de kerk kunnen rijden, en dan dadelijk weg, vond hij.

Zuchtend speelde hij met zijn handschoenen: was het niet hun huwelijk?.... van al de menschen, die er komen zouden, moesten de meeste vreemd zijn aan hun

Sluiten