Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al spoedig, hoe er ook voor haar iets hinderlijks was.

Heel even drukte hij haar hand, toen ze naast hem stond, terwijl zijn blik in stille tevredenheid over haar heen dwaalde, gestreeld door lijnen en tinten, blij de zijde niet valsch blinkend te zien, als strak getrokken over metaal.

De rijtuigen kwamen voor zij nam zijn arm, en

langzaam daalden ze het bordes af, in harmonie van kleuren en lijnen.

Opgeschoven tot het hek, werden ze daar aangegaapt door een drom menschen. Die alles ziende blikken hinderden hem wat, en deden hem uit het raampje kijken, of het laatste rijtuig al voor was.

Een oogenblik lichtte in hem op de vroolijkheid van den stoet: het glimmende van tuigen en knoopen, de paarden trappelend, strak gehouden door hun koetsiers, stijf recht in de sluitende livreien, met een bouquetje op de borst — hier en daar een lichte verschijning van blauw of rose, in de donkerte van een rijtuig. En aan het hoofd van dien blijden stoet stonden zij, even blinkend — nog mooier, omdat hij Mary zag, de blonde haren in 't wolkend wit van den sluier, waaruit de oogen hem tegen blonken .... een beeld van gratie in lichte zijde, op het rood der coupé.

Eindelijk reden ze weg. Zwijgend sponnen ze hun gedachten, die haar hand, rustend op zijn arm, scheen aaneen te schakelen.

Op het stadhuis duurde het hem lang, het maakte hem onrustig: waarvoor diende nu in vredesnaam die speech, die de oude burgemeester afstak? —ze kwamen hier immers alleen omdat het behoorde, omdat de wet

Sluiten