Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een tapijt. Een melodie, neergolvend van het orgel, omhulde hen, nu eens stijgend tot majesteit, dan met teere klanken, zilverig fijn, als fluisterend van hun zieleleven, dat geen woorden kon duiden.

En zij waren te midden dier muziek.... als starend naar de klanken. — Stil reden zij weer samen heen, nog levend in die oogenblikken, de mooiste van hun leven

Maar toen zij alleen waren in het intieme van haar boudoir, nam hij haar in de armen, en kusten zij elkaar, fluisterend van het geluk, dat in hen leefde, als een reinblijde dag.

Lang konden zij echter niet alleen blijven, want het dejeuner wachtte. Nu hinderde hem de vroolijkheid niet meer. Met welk een genot dwaalden zijn blikken over de tafel, waar uit bloemenslingers, de schitteringen van kristal en zilver rezen. Wat oogenlust, die lichte toiletten, dubbel mooi in bewegen, met hier en daar een tintelen van diamant — als in [donkere lijst door de kleeding der heeren.

De lach-klankjes, even zich heffend uit het stemmengeluid, de sympathie hem telkens helder tegen lichtend 't mengde zich al in zijn gelukstemming.

Hoe streelden hem als liefdevolle handen, de woorden hem toegesproken door haar vader.... wat mengeling van gedachten en wenschen, blonk hem tegen, onder het klinken der glazen, uit de oogen harer moeder.... uit die van een vriend.

En toen hij eindelijk opstond, en trillend eenige woorden van dank sprak, gevoelde hij, hoe blijde hun uittocht was uit de woning, waar hun liefde geboren was.... hoe een feest hun gescheiden leven deed eindigen.

11. l8*

Sluiten