Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bamboe gevlochten en geverniste hoofddeksel, op een omgekeerden schotel gelijkende. De vrouwen namen insgelijks den selendang af, indien ze dien over het grove pekzwarte haar hadden geslagen. Sommige droegen de ouderwetsche en onbehagelijke dracht van 't badjoe koeroengan, een soort van nauw kamizool, tamelijk hoog aan den hals, doch in 't midden en van voren met een split ingesneden; desgelijks onder aan de mouwen waar die over de tengere polsen heen reikten en bezet waren met twee rijen kleine knoopjes. Daaronder een kain of rok tot boven den enkel en, evenals het baadje, van een doffe en donkerblauwe, maar duurzame stof.'

Er waren er echter ook, meest onder de jongeren, die den gebatikten rok droegen van een grillig inlandsch patroon en daarboven levendig gekleurde baadjes, vervaardigd van de goedkoope maar insolide katoentjes uit de fabrieken van Twenthe en Manchester geïmporteerd. Daarbij een ris melati of tjempaka-bloemen in den chignon, en somtijds een paar grove oorhangers of een lompen vingerring ter verdere versiering.

„God creates, man adorns!" merkte mijn tochtgenoot glimlachend op, toen een paar aldus getooide dessameisjes ons voorbij kwamen.

„Ja,'" zei de Harde droogjes, „maar de eerste heeft zijne zaken beter gedaan dan de laatste. Ik bedoel dat door de Scheppingsdaad een tenger en klein, maar welgevormd en vooral welgeëvenredigd wezen het aanzijn ontving, terwijl de versieringskunst van den mensch in dit geval al zeer middelmatig is gebleven."

't Eerst gingen wij naar de installatie voor Westin-

dische bereiding en onze gastheer legde ons uit hoe het li. L I9.

Sluiten