Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wat nu weer? Heeft de tijger u thans beet gekregen?"

„De tijger?" mompelde hij slaapdronken. „Neen, maar ik droomde van. .. van die vier wilde zwijnen, en dat.... het grootste mij tusschen de beenen door schoot. Ik dacht zoo waar, het beest bleef met z'n slagtanden in mijn broek haken ...."

„Beter in uw broek dan in uw vleesch! Hoor, vriend, gij zijt een goede jongen maar een slechte slaapkameraad. 't Ontbreekt er maar aan dat ge aanstonds ook nog den Semeroe hoort brommen!

En baloorig keerde ik mij om, 't gezicht naar den muur, hopende van Sillemans' hallucinaties verder verschoond te zullen blijven.

Doch de voorspelling zou zich aan mij nog wreken.

Te middernacht hoorde ik den berg werkelijk brommen en ratelen — neen, 't was Sillemans, die snorkte!

En nu eerst daalde de slaap der gerustheid op mijne oogleden neder.

Sluiten