Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De boomen, waar de zon op zit te lonken en te loeren,

ontgloeien, door dien gloed verhit, en rillen zonder roeren.

Het druppelt. Kivek\.. de kraaie vit daar ze op de takken — zwart op wit niet voort kan koekeloeren.

En let eens op den langen zwier der schauwen dunne en schrage, van beuk, en berk en populier van hazelaar en hage.

Ze dweerschen en ze dooven schier het blinkend oogeblindend vier dat blaakt op de ijzellage.

De perelkes, uit dampenspijs, bij manelicht geronnen; zoo wonderwit en wonderwijs in draan om 't gers gesponnen ; de blanke perelkes van ijs,

ze worden grauw, ze worden grijs, ze dooien in de zonne.

Sluiten