Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vrouw Holda lag op hare knien,

En dorst het strijdende paar niet bezien.

De zweerden krijschten weer over het staal En vielen met haal en wederhaal.

De zwarte zwankte, en zwijmeld' haast om.

«Geef u over! » riep Dirk; en de andre : « Waarom?»

— « Wie zijt ge, bij Satan?» ; op ging zijn vizier, En daadlijk weer neder. «Gij Hugo, gij hier?»

De woorden stierven hem in den mond;

Hij lag met doorkloven nek ten grond.

— «Zeg op, eer gij sterft, was ze schuldig?» — « Neen !» — « Gij zijt dus meineedig? » — «Ik alleen! »

Het volk juichte toe, en de redder boog : « Die vrouw is onschuldig, de lasteraar loog! »

— « Mijn kind, kreet de grijsaard, mijn zuiver kind! » En hij kuste zijn dochter, volzalig, ontzind.

— « Wie is hij, mijn vader, o zeg mij dat, Die man die zooveel van mijn Hugo had?»

Sluiten